Proefschrift: Hoe het brein zich reorganiseert bij de ziekte van Parkinson (Rick Helmich)
Rick Helmich
is in opleiding tot neuroloog aan het UMC St. Radboud in Nijmegen. Op 24 mei
2011 heeft hij zijn proefschrift getiteld: "Cerebral reorganization in
Parkinson's disease" verdedigd. Zijn promotieonderzoek is tot stand gekomen
onder begeleiding van prof. Bas Bloem, hoogleraar bewegingsstoornissen in
Nijmegen.
De ziekte van Parkinson
is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de
hersenen sterven. Deze cellen produceren dopamine, een stof die belangrijk is
voor normaal functioneren van het hersengebied de basale ganglia. Dit
resulteert in symptomen zoals tremor, traagheid, en stijfheid. In mijn promotieonderzoek
heb ik onderzocht welke hersengebieden een rol spelen bij het ontstaan van die
symptomen. Daarbij heb ik gekeken naar hersengebieden die door de ziekte minder
goed functioneren, maar ook naar hersengebieden die juist een compenserende rol
hebben. Omdat de ziekte van Parkinson zich langzaam ontwikkelt, en omdat niet
alle hersengebieden in dezelfde mate worden aangetast, kunnen sommige
hersengebieden functies overnemen van andere gebieden. Zo kan reorganisatie in
het brein van Parkinson patiënten zowel goed als slecht zijn: bepaalde
veranderingen leiden tot neurologische klachten, en andere veranderingen
compenseren daarvoor. Om de reorganisatie in de hersenen van Parkinson
patiënten te onderzoeken, heb ik gebruik gemaakt van hersenscans. Daarbij wordt
de doorbloeding van de hersenen gemeten, terwijl een proefpersoon in de scanner
een taak uitvoert. Zo kon ik onderzoeken welke hersengebieden betrokken zijn bij
het uitvoeren van die taak, en hoe de activiteit in die hersengebieden
verschilt tussen Parkinson patiënten en gezonde mensen.
Visuele compensatie tijdens ingebeelde bewegingen
Om te onderzoeken of
Parkinson patiënten tijdens beweging andere hersengebieden inschakelen dan
gezonde mensen, heb ik gebruik gemaakt van motorische verbeelding. Daarbij
stellen mensen zich voor een beweging te maken, zonder deze daadwerkelijk uit
te voeren. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat tijdens motorische verbeelding
(deels) dezelfde hersengebieden actief zijn als tijdens echte bewegingen. Het
voordeel van motorische verbeelding is dat het relatief gemakkelijk in de
scanner te onderzoeken is. Ik heb Parkinson patiënten getest die alleen aan de
rechter kant symptomen hadden (zie Figuur 1 C). Tijdens ingebeelde bewegingen
met de aangedane (rechter) hand lieten deze patiënten verhoogde activiteit zien
in hersengebieden die belangrijk zijn voor het verwerken van visuele
informatie. Deze activiteit was niet te zien tijdens ingebeelde bewegingen met
de niet-aangedane (linker) hand. Hoewel de hersenactiviteit verschillend was
voor de aangedane en niet-aangedane hand, werd de ingebeelde beweging voor
beide handen wel even snel en nauwkeurig uitgevoerd. Dit betekent dat Parkinson
patiënten visuele informatie gebruiken om te compenseren voor problemen met
bewegen. Omdat Parkinson patiënten de ingebeelde bewegingen op dezelfde manier
uitvoerden als gezonde mensen, denken we dat deze compensatie een onbewust proces is. Dus zonder dat de
patiënt het zelf doorheeft, worden in de hersenen extra gebieden actief om de
opdracht (ingebeelde bewegingen maken) goed uit te kunnen voeren. De inzet van
visuele gebieden zou ook een rol kunnen spelen bij sommige bewuste compensatiestrategieën, bijvoorbeeld het gebruik van
visuele patronen (zoals strepen op de vloer) om beter te lopen. Op dit moment
onderzoeken we of het stimuleren van die visuele hersengebieden (met
magnetische stimulatie van de hersenen) een gunstig effect heeft op bewegen bij
Parkinson patiënten. Dit onderzoek staat echter nog in de kinderschoenen, en het
is nog maar de vraag of het ooit een behandeling zal worden.
Tremor
Tremor, ofwel het
trillen van een arm of been in rust, komt maar bij 75% van de Parkinson
patiënten voor en is één van de minst begrepen symptomen van de ziekte van
Parkinson. Om te onderzoeken welke hersengebieden tremor produceren, heb ik
Parkinson patiënten met en zonder tremor vergeleken. Patiënten met tremor hadden
minder dopamine in een specifiek deel van de basale ganglia, namelijk het
pallidum. Dit hersengebied werd bovendien kortdurend actief aan het begin van
iedere tremor episode. De activiteit in andere hersengebieden (maar niet in de
basale ganglia) was gerelateerd aan de mate van tremor: cerebellum, thalamus en
motore schors waren actiever als de tremor heviger was. Dit resultaat
suggereert dat tremor geproduceerd wordt door twee netwerken: de basale ganglia
zetten de tremor aan (zoals een lichtschakelaar) en een ander netwerk bepaalt
de mate van de tremor (zoals een dimmer). Het verklaart waarom diepe
hersenstimulatie in zowel de thalamus als in de basale ganglia (zoals pallidum
of STN) de tremor kan behandelen. Bovendien zou het tot nieuwe therapieën
kunnen leiden, zoals diepe hersenstimulatie die alleen bij het begin van tremor
episodes het pallidum (de tremor schakelaar) "uit zet".
Ik heb ook onderzocht of
Parkinson patiënten met en zonder tremor verschillende hersengebieden gebruiken
tijdens motorische verbeelding. Patiënten met tremor lieten meer activiteit
zien in hersengebieden die prikkels uit het lichaam (gevoel) verwerken dan
Parkinson patiënten zonder tremor. Dit zou kunnen verklaard kunnen worden
doordat de tremor een hersengebied "bezet" houdt, dat normaal gesproken dit
soort prikkels remt (de thalamus). Verrassend genoeg maakten Parkinson
patiënten met tremor minder fouten dan Parkinson patiënten zonder tremor. Het
lijkt er dus op dat tremor, hoewel een vervelend neurologisch symptoom, een
positief effect zou kunnen hebben op het maken van bewegingen. Dit zou deels
kunnen verklaren waarom Parkinson patiënten met tremor over het algemeen een
betere klinische prognose hebben dan patiënten zonder tremor. Dopamine gebrek
kan dus leiden tot een vervelend symptoom (tremor), dat op zijn beurt echter
een compenserend effect kan hebben (trillende ledematen geven meer gevoelsinformatie
door aan de hersenen).
De invloed van beloning
Het is bekend dat
Parkinson patiënten problemen hebben met schakelen tussen bewegingen en tussen gedachten.
Schakelen tussen bewegingen komt bijvoorbeeld voor als je op een groen
stoplicht afrijdt dat ineen op oranje springt: je moet dan remmen in plaats van
gas geven. Parkinson patiënten hebben moeite met schakelen omdat de achterste
delen van de basale ganglia verminderd actief zijn. Ik vond echter ook dat andere
delen van de hersenen juist een verhoogde activiteit lieten zien, in een poging
het schakelen te ondersteunen. De kenmerkende traagheid van Parkinson patiënten
verdween helemaal, als de patiënt een financiële beloning kreeg voor snel
schakelen. Hersenscans lieten zien dat de financiële beloning het voorste deel
van de basale ganglia activeert; dat is precies het deel, dat bij Parkinson patiënten
het minst aangetast is. Het stimuleren van dit gebied kan echter ook verkeerd
uitpakken. Bekend is dat dit bij sommige Parkinson patiënten tot een ernstige
verslaving leidt, onder andere aan gokken en seks. Dit zag ik ook terug in mijn
onderzoek: wanneer er geld verdiend kon worden met een snel antwoord,
reageerden Parkinson patiënten impulsiever dan gezonde mensen, en maakten zij
meer fouten. Met andere woorden: beloning heeft een gunstig effect op sommige
hersenprocessen (snel schakelen), maar een nadelig effect op andere
hersenprocessen (verhoogde impulsiviteit).
Conclusie
De hersenen van
Parkinson patiënten reorganiseren zich door het tekort aan dopamine. Sommige
vormen van reorganisatie kunnen leiden tot symptomen, zoals tremor of problemen
met schakelen. Andere vormen van reorganisatie zijn compensatoir, zoals de
effecten van belonende prikkels en visuele informatie. Soms kan compensatie
echter leiden tot nadelige effecten, zoals verhoogde impulsiviteit. En soms
kunnen symptomen (zoals tremor) leiden tot gunstige effecten op de hersenen.
Het blijft dan ook de vraag, of het verstandig is dat soort compensatie te stimuleren.
Dat zullen we in de toekomst onderzoeken.