4. Wettelijke financiële regelingen

4. Wettelijke financiële regelingen

Ondanks aanpassingen zal het waarschijnlijk uiteindelijk niet meer mogelijk zijn om volledig aan het werk blijven. 

Op deze pagina vindt u informatie over:

Voor werknemers in loondienst heeft de overheid een aantal wettelijke regelingen opgezet: De Wet Poortwachter en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).

Er zijn twee stadia te onderscheiden:

  1. De eerste twee jaar na ziekmelding – u bent (gedeeltelijk) ziek gemeld en er zijn aanpassingen nodig. In dit stadium beschrijft de Wet Poortwachter hoe werkgever en werknemer samen werk naar mogelijkheden moeten regelen, en hoe dit vastgelegd moet worden.
  2. Twee jaar na ziekmelding en daarna – u wordt gekeurd, wordt mogelijk (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt en krijgt wellicht een uitkering. Het kan zijn dat u ook dan nog werkt naar mogelijkheden. Via de WIA regelt de overheid dan of en hoeveel uitkering u via een arbeidsongeschiktheidsuitkering gaat ontvangen, hoe dit beoordeeld wordt en hoeveel inkomen via eigen werk er dan nog van u verwacht wordt.

Als u weet of vermoedt dat u parkinson heeft, maar u werkt nog als voorheen en er zijn nog geen aanpassingen nodig bent u niet extra beschermd tegen ontslag omdat u ziek bent.

Wet Poortwachter

Op een zeker moment worden aanpassingen waarschijnlijk nodig. Ook al blijft u het volledige aantal uren werken, zodra er sprake is van aanpassingen, voorzieningen, hulpmiddelen, en/of presteert u niet meer voor de volle 100 procent, bent u formeel (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt voor uw eigen werk. U doet er goed aan dit vast te laten leggen door de bedrijfsarts.

Als zieke werknemer bent u wat betreft uw inkomen de eerste twee jaar tot op zekere hoogte beschermd via de wet, meestal aangevuld met extra afspraken in de CAO of individuele arbeidsovereenkomst. De wet schrijft minimaal 70% loondoorbetalingsplicht voor gedurende de eerste 104 weken (2 jaar). In een CAO, personeelsreglement of arbeidsovereenkomst kunnen aanvullende afspraken gemaakt zijn die op u van toepassing kunnen zijn. Vaak is de afspraak: eerste jaar ziekte 100 procent loondoorbetaling. Het tweede ziektejaar zien we meer varianten (waarbij 70% loondoorbetaling het minimum is). Voor de uren die u werkt, ook al is het op therapeutische basis, heeft u recht op loondoorbetaling.

Ondertussen moet u u  wel zoveel mogelijk blijven inzetten en samen met uw werkgever zoeken naar re-integratie mogelijkheden. Welke stappen u daarbij samen moet zetten, ligt vast in de Wet Poortwachter.

Hierna volgt in het kort wat meer informatie hierover:

  • Binnen vier weken na ziekmelding moet u met de bedrijfsarts gesproken hebben. In een probleemanalyse rapporteert hij naar uw werkgever en naar u wat de eventuele beperkingen of belemmeringen ten aanzien van uw werk zijn. De bedrijfsarts kan suggesties doen voor aanpassingen, voorzieningen en/of hulpmiddelen. Tevens geeft hij het einddoel van de re-integratie aan: (volledige) terugkeer in eigen functie, een aangepaste (andere) functie bij eigen werkgever, of werk bij een andere werkgever.
  • Op basis van de conclusies en de adviezen van de bedrijfsarts stelt u met uw werkgever een plan van aanpak op. Hierin maakt u afspraken over uw re-integratie: aanpassingen, voorzieningen, hulpmiddelen.
  • Bij elk bezoek aan de bedrijfsarts kan de probleemanalyse worden bijgesteld. Dit kan leiden tot een bijstelling van het plan van aanpak. Onderteken een plan van aanpak niet als u het ergens niet mee eens bent. Mogelijk kunnen de bedrijfsarts, bedrijfsmaatschappelijk werker, vertrouwenspersoon, of iemand van de vakbond bij een gesprek met uw werkgever aansluiten. Lukt het dan nog niet, dan kan uw werkgever of u bij het UWV om een deskundigenoordeel vragen. Deze geeft dan een advies hoe verder de re-integratie aan te pakken.

Werkgever en werknemer hebben beiden de plicht in overleg te zoeken naar wat u nog wel kunt en u daarop in te zetten. Dit heet re-integratie. De werkgever moet eerst in eigen organisatie zoeken (dat heet Spoor 1) en wanneer dat niet lukt, moet hij ook met je naar mogelijkheden buiten de eigen organisatie kijken (dat heet Spoor 2).

Binnen de eigen organisatie (spoor 1) zijn uw kansen op een (aangepaste) functie vaak groter dan daarbuiten (spoor 2). Probeer in goed overleg met uw werkgever zo’n functie te realiseren. De plichten van uw werkgever om te zoeken binnen de eigen organisatie gaan ver. Bijvoorbeeld ook het verschuiven en herverdelen van uren en takenpakketten over u en collega’s, u voorrang geven bij open vacatures en u voor laten gaan op verlengen van tijdelijke contracten hoort erbij. Vooral in grotere organisaties is het dus niet zomaar geloofwaardig dat er geen plekje gecreëerd kan worden. Het kan overigens ook in het belang van de werkgever zijn dat u dan nog (aangepast) werk heeft. Dat scheelt hem in de premies.

Tip

Het is belangrijk dat u werk houdt passend bij uw mogelijkheden en beperkingen! Ook al kunt u uw eigen werk helemaal niet meer, dan betekent dat nog niet dat je volledig arbeidsongeschikt bent!

A. In de eerste twee jaar na uw ziekmelding:

Zoek samen met uw werkgever passende oplossingen in het kader van uw re-integratie bij ziekte. Wanneer u in die periode een andere functie of een ander rooster gaat vervullen, laat dan vastleggen dat dit gebeurt in het kader van je re-integratie. Accepteer in die periode niet zomaar een wijziging van uw arbeidsovereenkomst of verlaging van uw salaris (u heeft immers ontslagbescherming). Wanneer u dit wel overweegt, laat u dan goed informeren. Vaak heeft het grote gevolgen voor uw financiële toekomst.

B. Vanaf het moment dat u in aanmerking komt voor een uitkering (meestal na twee jaar ziekmelding):

Afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt door het UWV verwacht dat u nog werkt naar kunnen en een daarbij passend salaris verdient, of daar naar op zoek gaat. Anders vervalt na verloop van tijd een groot deel van uw uitkering. Zet daarom tijdig stappen om een functie te realiseren die past bij uw nieuwe mogelijkheden en beperkingen.

Eenmaal besloten dat de zoektocht naar een functie buiten het eigen bedrijf voortgezet moet worden omdat de werkgever intern echt geen passende functie kan creëren (spoor 2), moet de werkgever laten zien dat hij zich ingespannen heeft. Meestal doet hij dit door het inhuren van een re-integratiebureau. Dit bureau zoekt met u naar ander werk, beoordeelt of om-, her-, of bijscholing noodzakelijk is, etc. Als er een andere passende functie is gevonden, wordt u de eerste twee jaar na je ziekmelding gedetacheerd naar uw nieuwe werkgever. Uw huidige werkgever mag u nog niet ontslaan, uw nieuwe werkgever kan aan u wennen en u kunt zo nodig langzaam opbouwen. Uw inkomen wordt door uw huidige werkgever doorbetaald: 100% voor de gewerkte uren, ten minste 70% voor de niet gewerkte uren. Daarna neemt de nieuwe werkgever u dan in dienst, met arbeidsvoorwaarden passend bij de nieuwe functie. Eventueel wordt uw inkomen dan aangevuld met een WIA uitkering.

Keuring

Na twee jaar (gedeeltelijk) ziekteverzuim krijgt de werkgever mogelijk toestemming om u (gedeeltelijk) te ontslaan uit uw huidige functie. Er wordt wel van hem gevraagd u in te zetten in een nieuwe passende functie indien dat mogelijk is. Het UWV keert vanaf dan meestal een arbeidsongeschiktheidsuitkering uit. Maar niet zomaar. De werkgever en u moeten kunnen aantonen dat u alles geprobeerd heeft om passend werk te vinden. Dit volgens een vast kader vastgelegd in de Wet Poortwachter.

Tegen het einde van de eerste twee jaar die u ziek bent, controleert het UWV dit en wanneer het dossier voldoet volgt een arbeidsongeschiktheidskeuring. Op basis van uw dossier en door een gesprek met u kijken een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige van het UWV wat u nog zou kunnen. Met een formule wordt dan het arbeidsongeschiktheidspercentage bepaald. Van dat percentage hangt af in welke regeling je dan gaat vallen (dit percentage is gerelateerd aan het loon wat je nog kan verdienen):

  • minder dan 35 procent arbeidsongeschikt: u krijgt geen WIA-uitkering
  • Van 35 tot 80 procent arbeidsongeschikt: u krijgt een WGA-uitkering. Er wordt verwacht dat u nog werkt naar kunnen.
  • Meer dan 80 procent met kans op herstel: u krijgt een WGA-uitkering.
  • Meer dan 80 procent zonder kans op herstel: u krijgt een IVA-uitkering.

De regelingen worden verder uitgelegd in paragraaf 4.3.

Gesprek met de verzekeringsarts voorbereiden

Het UWV speelt een grote rol in het bepalen van uitkeringen. Er wordt bepaald welk percentage arbeidsongeschikt u bent, en daarmee wordt ook vastgesteld welke regelingen voor u van toepassing zijn. Het arbeidsongeschiktheidspercentage geeft niet de ernst van de ziekte of klachten weer, maar het inkomstenverlies als gevolg van ziekte.  Zorg voor een goed dossier dat een volledig beeld geeft van uw situatie. Ga voor uzelf goed na wat u nog kunt en vooral wat u niet meer kunt, of wat u anders moet doen dan vroeger, zodat u de verzekeringsarts goed uit kunt leggen wat uw mogelijkheden en beperkingen zijn.

Bijvoorbeeld:

  • Ik moet tegenwoordig na een activiteit van een uur, een half uur rusten;
  • Ik moet tegenwoordig een boodschappenbriefje meenemen anders vergeet ik wat ik moet kopen.

Men is snel geneigd te zeggen: “maar dat gaat nog wel!”. Daarbij wordt wel vaak vergeten wat een moeite iets kost, of welke aanpassingen men moet doen om iets nog te kunnen. Aarzel niet om iemand mee te nemen naar het gesprek, die uw situatie kent en u kan ondersteunen.

Bepalen van het arbeidsongeschiktheidspercentage

Eerst wordt bepaald wat u verdiende voor u ziek werd, dan wordt bepaald wat u nog kunt in de nieuwe situatie. In een lijst met voorbeeldwerkzaamheden wordt vervolgens gekeken welk werk u nog kunt gegeven je mogelijkheden. Bij die functie hoort een referentie-inkomen. Dit referentie-inkomen gedeeld door wat u eerder verdiende is uw arbeidsgeschiktheidspercentage. Het is dus niet van belang of u die functie werkelijk krijgt, of er werk voor is, etc.

Ik ben het niet eens met een beslissing van het UWV

Wanneer u het niet eens bent met de beslissing van het UWV, kunt u een beroep doen op de bezwaarprocedure. Let hierbij op de bezwaartermijn.

Een staf-arbeidsdeskundige en/of een staf-verzekeringsarts kijken dan of de beslissing juist genomen is. Oordelen zij van niet, dan volgt een nieuwe beslissing.

WIA

De IVA uitkering

Wanneer u duurzaam meer dan 80% arbeidsongeschikt bent, dan krijgt u definitief een Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) toegewezen. De meeste arbeidsongeschikten met parkinson komen uiteindelijk in deze regeling. In dit geval heeft u geen sollicitatieplicht meer en blijft uw uitkering ook doorgaan wanneer u nog wat bijverdient. Verdient u langere tijd meer bij, dan kan dat wel tot een herbeoordeling leiden. (IVA-uitkering is 75 procent van het laatstverdiende loon gemaximaliseerd tot een maximum dagloon).

De WGA uitkering

Wanneer u tussen de 35 en 80% arbeidsongeschikt bent is de situatie ingewikkelder. U valt dan in de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Dit is een regeling die u stimuleert om nog werk en inkomen te vinden dat past bij wat u nog wel kunt. Het kan zijn dat u gedeeltelijk in dienst blijft bij uw huidige werkgever, anders krijgt u een periode de tijd om passend werk te vinden. In deze periode krijgt u een uitkering tot 70 procent van uw laatstverdiende loon (gemaximeerd tot een maximum dagloon). Maar wanneer u na die periode nog geen werk heeft passend bij wat u nog kunt, dan krijgt u een hele kleine uitkering totdat u wel weer passend werk gevonden heeft. De periode waarna dit speelt is afhankelijk van uw arbeidsverleden, vergelijkbaar met de WW-uitkering.

Met een WGA-uitkering wordt u gestimuleerd passend werk te zoeken, u bent immers gedeeltelijk arbeidsgeschikt. U heeft dus ook een sollicitatieplicht. Hoe meer u verdient, hoe hoger het totale inkomen.

Bij minder dan 35% arbeidsongeschiktheid blijft u waarschijnlijk gewoon in dienst, maar ontvangt u geen uitkering.

Aanvullende verzekeringen

Veel werkgevers hebben ook aanvullende verzekeringen afgesloten voor hun medewerkers. Er zijn twee veel voorkomende soorten: ten eerste de 'hiaat'-verzekeringen die inkomen aanvullen boven de percentages van de WIA; en ten tweede de 'excedent'-verzekeringen voor mensen met een inkomen boven het maximum dagloon. Er zijn teveel varianten om er hier in detail op in te gaan. Uw werkgever kan u meer informatie geven.

Financiële regelingen voor zelfstandigen

In Nederland zijn er naast de meerdere miljoenen mensen die in loondienst werken naar schatting één miljoen zelfstandigen. Variërend van directeuren groot aandeelhouders van soms omvangrijke ondernemingen tot zzp-ers. Vooral het aantal zzp-ers is de laatste jaren fors toegenomen.

Voor zelfstandigen is door de overheid geen enkele regeling getroffen om het wegvallen van inkomen te compenseren bij ziekte of arbeidsongeschiktheid. De overheid springt slechts bij in de vorm van 'bijstand' als een uiterste redmiddel. Als zelfstandige kunt u dus alleen rekenen op een uitkering bij ziekte of arbeidsongeschiktheid als u zelf een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft afgesloten. Veel zelfstandigen hebben op dit moment niet zo’n verzekering. Een andere mogelijkheid is het om financiële reserves op te bouwen die aangesproken kunnen worden in geval van ziekte. Het duurt echter vaak lang om voldoende reserves op te bouwen.

Als kleine zelfstandige heeft u vaak (eind)verantwoordelijkheid voor alle werkzaamheden (acquisitie, administratie, inkoop, uitvoering). Hulp van bijvoorbeeld arbeidsdeskundigen zult u zelf moeten organiseren en betalen. Vrijwel iedere maatregel voor het aanpassen van uw werkzaamheden brengt kosten met zich mee en gezien de progressiviteit van parkinson hebben de meeste maatregelen slechts een tijdelijke werking. Het vooraf inschatten van het rendement van elke maatregel is dan ook nauwelijks mogelijk.

Tip

  • Kom na de diagnose zo snel mogelijk in actie. De mogelijkheden om aanpassingen in uw werksituatie door te voeren worden steeds kleiner.
  • Vaak bepaalt uw bijdrage voor een groot deel de waarde van uw bedrijf. Realiseert u zich dat 'willen' en 'kunnen' door parkinson uit elkaar gaan lopen. Overweeg hoe u de toekomst en de waarde van uw bedrijf het beste overeind houdt, ook al kunt u niet meer wat u vroeger kon. Een successieplan eerder inzetten? Winst inleveren voor een assistent/vervanger/compagnon/opvolger? Het bedrijf verkopen?

De werkgroep 'Parkinson en Werk' verzorgt regelmatig een workshop over werken met parkinson. Een overzicht van geplande cursussen en workshops staat op de pagina van de Parkinson Academie. Heeft u een persoonlijke vraag over werken met parkinson? Stuur dan een mail naar de helpdesk van de werkgroep 'Parkinson en Werk' onder vermelding van 'Parkinson en Werk'.

Mail nu naar de helpdesk

Labels:

Terug naar boven