DUPARC: Onderzoek naar milde cognitieve stoornissen in de vroege fase van de ziekte van Parkinson | parkinson-vereniging.nl

A A
Meer

DUPARC: Onderzoek naar milde cognitieve stoornissen in de vroege fase van de ziekte van Parkinson

DUPARC: Onderzoek naar milde cognitieve stoornissen in de vroege fase van de ziekte van Parkinson.

Gepubliceerd 07-01-2016

Drs. Sygrid van der Zee, prof.dr. Teus van Laar

Inleiding
De ziekte van Parkinson gaat gepaard met een diversiteit aan niet-motorische symptomen, waarvan al vroeg in het beloop ook cognitieve stoornissen deel kunnen uitmaken. Cognitieve veranderingen komen in verschillende vormen voor, zoals vergeetachtigheid, ongeorganiseerd zijn, snel afgeleid zijn of moeite hebben met het plannen van dagelijkse activiteiten en een verminderd ruimtelijk inzicht. Deze klachten kunnen het leven met de ziekte van Parkinson sterk beïnvloeden, soms zelfs meer dan de motorische klachten.

Naar mate de ziekte vordert kunnen komen cognitieve veranderingen vaker voor en zijn ze ernstiger van aard. Bij het stellen van de diagnose ziekte van Parkinson heeft al 1 op de 4 patiënten lichte veranderingen in de cognitie. Er is dan sprake van milde veranderingen waardoor dagelijkse activiteiten net even wat minder goed verlopen. Deze lichte cognitieve veranderingen worden “mild cognitive impairment” genoemd (MCI). We weten dat de milde veranderingen voorkomen, maar er is minder bekend over hoe deze zich gedragen over de tijd. De ernst en verloop van deze klachten kan erg verschillen per persoon. De klachten kunnen verergeren naarmate de ziekte vordert, maar kunnen ook lange tijd gelijk blijven of zelfs verbeteren.

We weten verder dat signaalstoffen (neurotransmitters) in de hersenen een belangrijke rol spelen bij MCI, maar de precieze relatie tussen MCI en deze signaalstoffen is nog onbekend, evenals de ernst waarin deze zijn aangedaan.

De mogelijkheden tot behandeling van cognitieve klachten, inclusief MCI, zijn niet groot. Voor de gevorderde patienten kan gestart worden met rivastigmine pleisters, echter of dit al veel vroeger in het ziektebeloop effectief is, is onbekend. Uit onderzoek is gebleken dat met deze behandeling vooral een verbetering kan optreden van aandacht en planning. De vraag is echter of eerder starten met deze behandeling dezelfde effecten heeft en of het de progressie van de cognitieve symptomen zou kunnen vertragen.

Doel
Het doel van onze studie is om meer inzicht te krijgen in het ontstaan en verloop van cognitieve stoornissen in de vroege fase van de ziekte van Parkinson. Welke risicofactoren zijn er aan verbonden en wat is de rol van de signaalstoffen in de hersenen? Daarnaast kijken we naar het effect van vroege behandeling van cognitieve achteruitgang.

Opzet
Voor dit onderzoek willen we in 2 jaar tijd 100 patiënten met de ziekte van Parkinson onderzoeken direct  na de diagnose en deze patienten dan jaarlijks vervolgen. De cognitieve achteruitgang willen we onderzoeken door middel van een neuropsychologisch onderzoek in combinatie met beeldvorming van de hersenen. Een neuropsychologisch onderzoek geeft informatie over het cognitief functioneren en wordt jaarlijks uitgevoerd, waardoor we cognitieve veranderingen over de tijd goed in kaart kunnen brengen. Deze informatie kunnen we vervolgens koppelen aan de hersenscans, die de aan- of juist afwezigheid van signaalstoffen laten zien. De hersenscans worden om de 2 jaar gemaakt. Dit onderzoek willen we het liefst bij zoveel mogelijk beginnende patiënten met de ziekte van Parkinson uitvoeren, om daarmee een representatief beeld van de hele groep te verkrijgen. Daarnaast willen we de cognitieve achteruitgang koppelen aan waarden die we in het bloed en hersenvocht meten om mogelijke voorspellers van cognitieve achteruitgang te identificeren.

Tenslotte zullen we het effect van vroege behandeling van de cognitieve stoornissen onderzoeken. Dit onderzoeken we bij een subgroep van patiënten die daadwerkelijk milde cognitieve achteruitgang laten zien. Om de werking van het geneesmiddel vast te stellen wordt rivastigmine in een lage dosis (4.6 mg pleister/dag) vergeleken met een nepgeneesmiddel (placebo).

Resultaten
Sinds het begin van de studie hebben we op verschillende vlakken al veel bereikt.

Om een goed beeld te krijgen van het cognitief functioneren is het van belang om de juiste aspecten te onderzoeken in een neuropsychologisch onderzoek. Daarom hebben we kleine groep van 20 patiënten in de vroege fase gevraagd aan een neuropsychologisch onderzoek mee te werken. Hierdoor hebben we inzicht gekregen in de algemene prestaties in deze fase, de haalbaarheid van het onderzoek en de praktische uitvoering. Dit heeft als resultaat gehad dat we een testbatterij hebben kunnen samenstellen die daadwerkelijk datgene onderzoekt wat wij willen weten.

Daarnaast is er een onderzoek uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit van Antwerpen naar de aanwezigheid van signaalstoffen in bloed en hersenvocht bij de ziekte van Parkinson en de aan de ziekte van Parkinson gerelateerde Lewy Body Dementie. De hoeveelheid signaalstof is gemeten in het bloed en het hersenvocht en vergeleken tussen verschillende groepen Parkinson patiënten: patiënten zonder cognitieve veranderingen, patiënten met milde cognitieve veranderingen en patiënten met ernstige cognitieve achteruitgang. We zagen dat de hoeveelheid signaalstoffen en restanten van de signaalstoffen verandert naarmate de cognitieve achteruitgang toeneemt. Dit geeft ons informatie over de betrokkenheid van de verschillende signaalstoffen en mogelijkheden om voorspellers van cognitieve achteruitgang te identificeren. Deze kennis nemen we mee zodat we in het huidige onderzoek ook naar deze waarden kunnen kijken en ze daarbij kunnen koppelen aan de uitgebreidere informatie die we tijdens het onderzoek verzamelen.

Tenslotte zijn we bezig met de ontwikkeling van een stof die gebruikt zal worden bij één van de hersenscans. Door het toedienen van een bepaalde stof (radioactief gelabeld benzovesamicol) kan door middel van een PET scan gekeken worden waar in de hersenen de signaalstof acetylcholine veel of juist weinig aanwezig is. Wij hopen vanaf begin 2016 deze tracer in te kunnen zetten voor het onderzoek naar cognitieve veranderingen bij de ziekte van Parkinson.

De komende maanden gaan we verder met het werven van patienten, waarbij het streven is minimaal 1 patient per week te includeren.

We zijn de Parkinson Vereniging zeer erkentelijk voor de bijdrage aan het huidige onderzoek, waarmee we een aantal belangrijke vragen rondom cognitieve stoornissen bij de ziekte van Parkinson hopen te verhelderen, zoals het effect van vroege interventie en het effect daarvan op de signaalstof acetylcholine, gekoppeld aan de klinische verschijnselen.  


Op het gebruik van deze website zijn de gebruiksvoorwaarden van toepassing.
Door het gebruik van de website of het forum gaat u akkoord met de toepasselijkheid van deze voorwaarden. 
Privacy- en cookiepolicy | Opzeggen lidmaatschap