Onderzoek naar de voorspellers van dementie bij de ziekte van Parkinson (Kim Olde Dubbelink) | parkinson-vereniging.nl

A A
Meer

Onderzoek naar de voorspellers van dementie bij de ziekte van Parkinson (Kim Olde Dubbelink)

Onderzoek naar de voorspellers van dementie bij de ziekte van Parkinson

Kim Olde Dubbelink

De ziekte van Parkinson wordt gekenmerkt door een stoornis van het bewegen. Traagheid, beven en spierstijfheid zijn daarbij de meest op de voorgrond staande verschijnselen. Het is minder bekend dat ook een dementie kan optreden bij de ziekte van Parkinson. Pas de laatste jaren is duidelijk geworden dat dit bij ruim 40% van alle patiënten het geval is. Mildere stoornissen van het geheugen en denken komen zelfs bij de meerderheid van de patiënten voor, vaak al vroeg het ziektebeloop.

Dementie bij de ziekte van Parkinson, en de daarbij vaak optredende hallucinaties en waanideeën, heeft een sterk negatieve invloed op de kwaliteit van leven van patiënten en hun partners. Er zijn slechts zeer beperkte mogelijkheden om deze verschijnselen (tijdelijk) te onderdrukken; vaak is uiteindelijk opname in een verpleeghuis noodzakelijk.

Hoewel dementie dus een zeer belastend en veelvoorkomend probleem is in het beloop van de ziekte van Parkinson, is er nog weinig bekend over het ontstaan ervan. We weten ook niet welke patiënten de meeste kans hebben om een dementie te ontwikkelen, en of het vroeg in de ziekte aanwezig zijn van milde stoornissen in het geheugen en denken van invloed is op deze kans.

Voor een goede werking van het geheugen en denkvermogen is niet alleen de individuele functie van gespecialiseerde hersengebieden belangrijk. Steeds duidelijker wordt dat ook de informatieoverdracht tussen de verschillende hersengebieden hierbij cruciaal is. De hersenactiviteit die gemeten kan worden met zogenaamde MEG en MRI scans geeft een goed beeld van de communicatie tussen hersengebieden. Stoornissen in het geheugen en denkvermogen zullen dan ook samengaan met meetbare veranderingen in hersenactiviteit.

Eerder in het VUmc verricht onderzoek van onze onderzoeksgroep met behulp van MEG liet een vroeg-optredende vertraging in hersenactiviteit zien bij Parkinson patiënten in vergelijking met gezonde vrijwilligers. Bij demente Parkinson patiënten is sprake van een nog verdere vertraging van hersenactiviteit. Deze twee onderzoeken doen vermoeden dat hersenactiviteit verandert met het voortschrijden van de ziekte van Parkinson. Echter, deze veronderstellingen zijn gebaseerd op onderzoek op één moment in de tijd bij verschillende groepen patiënten en controles, waarbij er op groepsniveau gekeken is naar verschillen.

De volgende stap die we nu gezet hebben, is het onderzoeken hoe de veranderingen in hersenactiviteit bij de ziekte van Parkinson zich in de tijd ontwikkelen bij individuele patiënten. Daarbij wordt ook gekeken of deze veranderingen samen hangen met een afname van het geheugen- en denkvermogen. Vanaf 2008 zijn alle deelnemende patiënten van het originele onderzoek nogmaals onderzocht, om zo de ontwikkeling van de ziekte in de tijd te kunnen volgen. Tijdens een bezoek aan het VUmc zijn de neuropsychologische tests en de hersenscans herhaald. Dankzij een extra subsidie van de Parkinson Vereniging was het hierbij mogelijk om alle deelnemende patiënten tegemoet te komen in hun reis- en onkosten.

Op dit moment zijn wij bezig met het analyseren van de tot nu toe verzamelde gegevens, waarbij we vooral naar de frequentie van de hersenactiviteit hebben gekeken. De eerste resultaten laten zien dat de frequentie van de hersenactiviteit met het voortschrijden van de ziekte geleidelijk afneemt. Dit is af te lezen aan een vertraging van de frequentie van het dominante achtergrondritme dat in rust in de hersenen aanwezig is en aan een toename van de hoeveelheid langzame golven in de hersenen ten koste van een afname van de snelle activiteit. Daarbij blijkt dat deze vertraging niet zozeer een relatie vertoont met stoornissen van het bewegen, maar juist met achteruitgang van het geheugen en denkvermogen, ook bij niet-demente patiënten.

Deze bevindingen betekenen dat de vertraging van de hersenactiviteit zoals gemeten bij de ziekte van Parkinson waarschijnlijk een meetbare uiting is van het onderliggende verlies van hersencellen, dat ten grondslag ligt aan de stoornissen van geheugen en denken. De komende maanden gaan we ook de verbindingen tussen de verschillende delen van de hersenen bekijken om hieruit nog meer te leren over de oorzaken van het ontstaan van dementie bij de ziekte van Parkinson.

De volgende stap zal zijn om te bestuderen of vroeg optredende veranderingen in hersenactiviteit ook voorspellend zouden kunnen zijn voor het ontstaan van dementie. In 2012 zullen alle deelnemers aan het onderzoek opnieuw gevraagd worden een hersenscan en neuropsychologische tests te ondergaan. Door vast te leggen welke patiënten in de loop van het onderzoek een dementie ontwikkeld hebben en welke niet, verwachten we te kunnen vaststellen welke veranderingen in de hersenscans tijdens de allereerste meting een voorspellende waarde hebben voor het ontstaan van een dementie. Wanneer we in staat zijn vroegtijdig vast te stellen welke patiënten een dementie zullen gaan ontwikkelen kunnen we hen gericht eerder behandelen.

Het door ons uitgevoerde onderzoek zal bovendien de kennis vergroten van de ontstaansmechanismen van dementie bij de ziekte van Parkinson. Deze kennis kan bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe behandelingsmogelijkheden voor dementie, en aan methoden om het effect van deze behandelingen objectief te meten.


Op het gebruik van deze website zijn de gebruiksvoorwaarden van toepassing.
Door het gebruik van de website of het forum gaat u akkoord met de toepasselijkheid van deze voorwaarden. 
Privacy- en cookiepolicy | Opzeggen lidmaatschap