Verslag van de propark-predict studie van Van Hilten | parkinson-vereniging.nl

A A
Meer

Verslag van de propark-predict studie van Van Hilten

Risicofactoren voor niet-motorische ziekteverschijnselen bij de ziekte van Parkinson: de PROPARK-PREDICT studie.

Geplaatst op 24 september 2015

Drs. K. Zhu, dr. J. Marinus, prof. dr. J.J. van Hilten
Afdeling Neurologie, Leids Universitair Medisch Centrum

Achtergrond van het onderzoek
De Parkinson Vereniging heeft dit onderzoek naar risicofactoren voor niet-motorische langetermijnverschijnselen van de Ziekte van Parkinson (ZvP) financieel ondersteund. Bij dit onderzoek hebben we gebruik gemaakt van gegevens die verzameld zijn in het kader van de PROPARK studie, een onderzoek waaraan meer dan 400 patiënten met de ZvP deelnamen. Patiënten werden jaarlijks onderzocht, gedurende een periode van 5 jaar. Het is van belang te weten dat de PROPARK studie zich niet richtte op “nieuwe patiënten”, maar dat hieraan mensen deelnamen die vaak al langer ziek waren (gemiddeld ruim 10 jaar). Omdat de kans op het krijgen van veel van de symptomen die we hier onderzoeken toeneemt naarmate men langer ziek is, is het goed om te beseffen dat de kans hierop veel kleiner is voor mensen met een kortere ziekteduur. Ook krijgt gelukkig niet iedereen met alle complicaties te maken.

De veelheid aan gegevens die verzameld is en het feit dat patiënten in de tijd werden gevolgd, maakt het mogelijk om na te gaan welke kenmerken voorspellen of iemand mogelijk een bepaald symptoom, bijvoorbeeld hallucinaties of depressie, zal gaan ontwikkelen. Ook kan zo worden nagegaan welke factoren samenhangen met veranderingen in de ernst van zo’n symptoom  in de tijd. We hebben onderzoek gedaan naar risicofactoren voor de volgende symptomen: hallucinaties, dementie, depressie, nachtelijke slaapstoornissen en overmatige slaperigheid overdag.

Hallucinaties
Sommige patiënten krijgen last van hallucinaties, ze zien of horen iets dat er in werkelijkheid niet is. Soms zijn deze goedaardig, en weet de patiënt dat het om een hallucinatie gaat, soms echter zijn deze ernstiger en mist de patiënt dit inzicht.

In dit onderzoek hebben we de gegevens gebruikt van mensen die bij het eerste onderzoek geen last van hallucinaties hadden, dat waren er 305. Vervolgens hebben we de gegevens vergeleken van mensen die gedurende de verdere onderzoeksperiode wél hallucinaties kregen (dat waren er 126) met die welke hiervan gevrijwaard bleven. Het bleek dat een hogere beginleeftijd van de ZvP, vrouw zijn, de aanwezigheid van slaperigheid overdag, de ernst van autonome functiestoornissen (bv problemen met plassen of ontlasting) en de aanwezigheid van dyskinesieën samenhingen met een hogere kans om hallucinaties te krijgen. Sommige bevindingen waren al eerder aangetoond. Een van de mogelijke verklaringen waarom vrouwen met de ZvP meer kans hebben op het ontwikkelen van hallucinaties is dat zij levodopa waarschijnlijk minder snel verwerken, en daardoor gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van bijwerkingen van dit medicijn. Toekomstige studies moeten deze bevindingen bevestigen.

Dementie
Dementie is een van de meest invaliderende niet-motorische complicaties van de ZvP. Het is bekend dat patiënten met de ZvP hebben een zes keer zo hoog risico lopen om dementie te ontwikkelen dan mensen in de algemene bevolking.

In dit onderzoek hebben we de gegevens gebruikt van mensen die bij het eerste onderzoek geen dementie hadden, dat waren er 277. Vervolgens hebben we de gegevens vergeleken van de 68 mensen die gedurende de onderzoeksperiode dementie ontwikkelden met die welke hier níet mee te maken kregen. Het bleek dat een hogere leeftijd, minder jaren opleiding, slaperigheid overdag en een hogere dosering levodopa onafhankelijk bijdroegen aan een hogere kans op dementie. Ook in de algemene bevolking neemt de kans om dementie te ontwikkelen toe bij een hogere leeftijd en minder lange opleiding, en in die zin zijn deze factoren niet specifiek voor de ZvP. Daarnaast lijken ook de aanwezigheid van depressie en hallucinaties de kans op dementie te verhogen. Hetzelfde geldt voor patiënten bij wie balans- en loopproblemen op de voorgrond staan, maar niet voor hen die vooral last hebben van beven.

Depressie
Depressie komt vaak voor bij de ZvP en kan in dat geval de kwaliteit van leven sterk beïnvloeden. Helaas wordt dit symptoom vaak niet goed herkend, vooral als gevolg van de overlap tussen een aantal lichamelijke kenmerken van beide aandoeningen. In dit onderzoek hebben we de gegevens gebruikt van de 324 mensen die bij het eerste onderzoek geen depressie hadden. Vervolgens hebben we de gegevens vergeleken van mensen die gedurende de verdere onderzoeksperiode wél depressie ontwikkelden (90) en die dit niet kregen. Het bleek dat een hogere leeftijd, langere ziekteduur, beperkingen in activiteiten van dagelijkse bezigheden (zoals wassen en aankleden), angst, cognitieve beperkingen en slaapstoornissen (zowel nachtelijke slaapstoornissen als slaperigheid overdag) en hogere levodopadoseringen samenhingen met meer depressieve symptomen over tijd. Ook de aanwezigheid van motorische fluctuaties - wanneer het effect van medicatie op het bewegen niet meer constant is, maar schommelt, ook wel ‘on’/‘off’-verschijnsel genoemd - een rol speelde. Dit betekent dat artsen vooral bij patiënten die in een meer gevorderde fase van de ziekte verkeren en angst- of slaapstoornissen hebben, gericht moeten informeren naar de stemming van de patiënt.

Nachtelijke slaapstoornissen
Uit eerder onderzoek blijkt dat nachtelijke slaapstoornissen tot wel bij 60% van de patiënten met de ZvP kunnen voorkomen. Problemen met doorslapen en te vroeg wakker worden treden het meest op, terwijl inslapen meestal geen probleem oplevert. Langdurige slaapproblemen zijn niet alleen vervelend, maar kunnen op de lange termijn zelfs leiden tot depressieve klachten; herkenning en behandeling ervan zijn dus belangrijk.  

Uit dit onderzoek bleek dat motorische fluctuaties, depressieve klachten, problemen met plassen, slaperigheid overdag en de dosering van dopaminemedicatie samenhingen met slapeloosheid. Gelukkig bleek ook dat nachtelijke slaapstoornissen niet permanent waren, maar vaak een voorbijgaand karakter hadden. Een aantal verschijnselen die verband houden met nachtelijke slaapstoornissen zijn goed te behandelen, zoals een betere timing van de dopaminemedicatie (eerder voor het slapen gaan innemen) of het gebruik van het middel desmopressine bij patiënten die vaak ’s nachts moeten plassen. Tevens is het belangrijk oog te hebben voor de aanwezigheid van depressieve symptomen, aangezien deze de kans op het krijgen van nachtelijke slaapstoornissen verhogen.

Slaperigheid overdag
Slaperigheid overdag komt vaak voor bij patiënten met de ZvP en dit is zowel voor de patiënt als zijn omgeving vervelend. Soms is het zelfs zo dat de slaperigheid heel plotseling ontstaat (‘slaapaanval’), hetgeen tot gevaarlijke situaties kan leiden, bijvoorbeeld als dit gebeurt tijdens het autorijden. In het verleden werd gedacht dat overmatige slaperigheid overdag vooral ontstaat als gevolg van bijwerking van het gebruik van dopaminemedicatie. De ervaring leert echter dat dit lang niet de enige verklaring is voor het ontwikkelen van dit verschijnsel.

Uit het onderzoek bleek dat slaperigheid overdag bij patiënten niet van blijvende aard was, maar dat het voorkomen ervan kon wisselen. Wel was het zo dat dit symptoom later in de ziekte steeds vaker werd ervaren en dat het een meer permanent karakter kreeg als men langer ziek was.

Daarnaast bleek dat man zijn, de aanwezigheid van nachtelijke slaapstoornissen, hallucinaties en cognitieve problemen, de ernst van autonome functiestoornissen (bv problemen met plassen of ontlasting) en het voorkomen van balans- en loopstoornissen samenhingen met een hogere kans op het krijgen van slaperigheid overdag. Ook speelde de dosering van dopaminemedicatie en het gebruik van bloeddrukverlagers hierbij een rol.

Het gebruik van bloeddrukverlagers als mogelijk oorzaak voor slaperigheid overdag is een nieuwe bevinding bij de ZvP. Uit andere medische vakgebieden is al langer bekend dat een bepaalde groep van bloeddrukverlagers (‘bèta-blokkers’) slaperigheid kan geven. Omdat er bij de ZvP op zich al een verhoogde kans is op slaperigheid, is voorzichtigheid met het gebruik van deze medicatie dus geboden.

Slotopmerking
We zijn de Parkinson Vereniging zeer erkentelijk voor het beschikbaar stellen van de subsidie voor dit onderzoek en zijn van mening dat het belangrijke inzichten heeft opgeleverd over factoren die kunnen duiden op een verhoogde kans om bepaalde langetermijnverschijnselen te ontwikkelen, bevindingen die zowel voor de zorg als voor inzicht in het ziekteproces van belang zijn.


Op het gebruik van deze website zijn de gebruiksvoorwaarden van toepassing.
Door het gebruik van de website of het forum gaat u akkoord met de toepasselijkheid van deze voorwaarden. 
Privacy- en cookiepolicy | Opzeggen lidmaatschap