Medicijnen | parkinson-vereniging.nl

A A
Meer

Medicijnen

Medicijnen

Laatst gewijzigd op 9 februari 2016

Bij de ziekte van Parkinson treedt een verstoring op van de werking van de cellen in de zwarte kern (substantia nigra); hierbij speelt opstapeling van het eiwit alpha-synucleine een belangrijke rol.  De cellen sterven langzaam af en er ontstaat een tekort aan dopamine in de hersenen. Hierdoor worden de regelcircuits in de hersenen verstoord. Dit veroorzaakt allerlei klachten in vooral het bewegingsapparaat (tremor, verstijven etc.).

Helaas is het nog niet mogelijk om het proces van eiwitstapeling en afsterven van de cellen te voorkomen.  Wel is er een dopamine vervangende behandeling mogelijk via medicijnen waardoor klachten (tijdelijk) verminderen. Voor welk medicijn (of combinatie van medicijnen) wordt gekozen hangt af van de aard van de verschijnselen, het effect van de medicijnen, de bijwerkingen op de korte en lange termijn, de leeftijd, de belasting voor de patiënt en de kosten.

De medicijnen die bij de ziekte van Parkinson worden gebruikt zijn in te delen in zeven groepen

In dit artikel kunt u ook lezen over medicijnen die een parkinsonpatiënt niet mag gebruiken.

Levodopa

Levodopa kan, in tegenstelling tot pure dopamine, de bloed-hersenbarriere passeren. In de hersenen wordt het omgezet in dopamine, zodat het tekort aan dopamine wordt aangevuld. Voor het omzetten van de levodopa in dopamine zorgt een lichaamseigen enzym: decarboxylase.

Levodopa werkt het beste van alle middelen. Het vermindert vooral de bewegingstraagheid en de klachten die daarmee samenhangen. Vaak worden ook de spierstijfheid en de pijn minder. Het effect op het beven is vaak wat minder duidelijk, maar bij sommige mensen helpt het daar ook goed tegen. Levdopa werkt het minst tegen problemen met spreken, evenwicht houden en de ‘startaarzeling’. Deze klachten treden pas later in het verloop van de ziekte op.

Naarmate de ziekte in jaren vordert neemt het effect van levodopa af en werkt het minder lang. De dosis moet dan verhoogd worden. Er bestaat echter een - voor elke patiënt andere - maximumdosis, vanwege bijwerkingen (vooral overbeweeglijkheid) . Sommige patiënten prefereren enige beweeglijkheid boven de stijfheid en traagheid die met minder medicatie aanwezig zijn.

Bij het gebruik van levodopa kunnen de volgende bijwerkingen voorkomen: misselijkheid, braken, vermindering van het reactievermogen, veranderde smaak, duizeligheid bij snel opstaan, rusteloosheid (soms slapeloosheid), slaperigheid, donkere urine en ontlasting, afname eetlust waardoor gewichtsverlies en verwardheid en hallucinaties.

Levodopa bestaat in diverse toedieningsvormen. Alle toedieningsvormen bevatten als hulpstof een decarboxylaseremmer (benserazide of carbidopa) die ervoor zorgt dat meer levodopa in de hersenen terecht komt.

  • Levodopa, benserazide >  Madopar  standaard, disper, HBS (bijsluiter)
  • Levodopa, carbidopa  > Levodopa/carbidopa staandaard, retard, Sinemet CR (bijsluiter)

Deze medicijnen zijn er ook met vertraagde afgifte, waarbij de levodopa geleidelijk aan het bloed wordt afgegeven. Hierdoor werken de medicijnen trager, maar langer. Een theoretisch voordeel is dat de bijwerkingen minder vaak optreden en bij het wakker worden minder sprake is van stijfheid. In de praktijk is deze werking vaak lang niet altijd zo goed , bovendien moet de dosering hoger zijn omdat niet alle dopamine wordt opgenomen. Ook de opname overdag is nogal wisselend, samenhangend met voeding, maaltijden.

Via een Duodopapomp kan ook een continudosis van Levodopa worden gegeven. Klik hier voor meer informatie.

Terug naar boven

Levodopa met een COMT-remmer

Het combinatiepreparaat Stalevo bevat naast levodopa en carbidopa, ook de catechol-O-methyltranserase (COMT) remmer entacapon. COMT is een enzym dat levodopa afbreekt. Een COMT-remmer is een stof die dit proces tegengaat en dus de omzetting van levodopa in het bloed remt, waardoor er meer in de hersenen terechtkomt. Het heeft een beperkt effect, maar maakt de werking van levodopa iets sterker en langer.

Een andere COMT-remmer is tolcapon. Deze werkt op dezelfde manier als entacapon, maar is geen middel van eerste keuze. De reden daarvoor is dat dit middel een kans op ernstige leverproblemen geeft.

COMT-remmers kunnen als bijwerkingen hebben: maag/darmklachten, wanen en hallucinaties. Deze bijwerkingen treden echter maar bij een beperkt aantal mensen op.

Terug naar boven

Dopamine-agonisten

Deze medicijnen bootsen de werking van dopamine na, doordat ze direct op de dopamine-receptor hun werking uitoefenen.  Soms start de behandeling met deze medicijnen, en soms worden ze toegevoegd aan de behandeling met levodopa. In dat geval kan de dosis levodopa lager blijven, waardoor de kans op bijwerkingen minder groot is.

Dopamine-agonisten helpen tegen bewegingstraagheid en spierstijfheid, soms wat minder tegen het beven. De werking wordt in de loop van de tijd minder, zeker als ze zonder levodopa worden gegeven. Dit heeft te maken met het voortschrijden van de ziekte.

Deze middelen kunnen als bijwerkingen hebben: misselijkheid, braken, duizeligheid (door lage bloeddruk bij snel opstaan), verwardheid en hallucinaties (vaker bij ouderen), gok-, koop- en seksverslavingen (impulscontrole-stoornissen) en slaperigheid en plotselinge slaapaanvallen.

  • Pramipexol (Sifrol) standaard en met gereguleerde afgifte (bijsluiter)
  • Ropinirol (Requip) standaard en met gereguleerde afgifte (bijsluiter)
  • Rotigotine (Neupro-pleister) (bijsluiter) *
  • Pergolide (bijsluiter)
  • Bromocriptine (Parlodel) (bijsluiter)

* Wij kregen de volgende tip van één van onze leden. Wanneer er huidproblemen zijn met de Neupropleister of andere transdermale producten, geven neurologen vaak de volgende tip: 'Bij jeuk en roodheid kunt u na het verwijderen van de pleister een Cortison Creme op de huid smeren, bijvoorbeeld Hydrocortison Acetaat 1%. Smeer dit niet voor het plakken van de pleister op de huid, want dan plakt de pleister niet goed. Voor het plakken kunt u een Cortison bevattende neuspray proberen, aangezien deze op waterbasis zijn. Bijvoorbeeld Nasonex of Flixonase. Beide moeten wel op recept van de arts voorgeschreven worden.'

Bromocriptine en pergolide worden vrijwel niet meer voorgeschreven vanwege de kans op afwijkingen aan de hartkleppen. Het kan echter zijn, dat een patiënt zodanig gunstig reageert op een van deze twee medicijnen dat besloten wordt het gebruik van de middelen onder strenge controle van onder andere een cardioloog voort te zetten.

Via een Apomorfinepomp kan ook een continudosis worden gegeven. Klik hier voor meer informatie.

Terug naar boven

Mao-b-remmers

Het effect van levodopa-medicijnen wordt na een aantal jaren minder sterk, waardoor klachten terugkeren. Monoamine-oxidase remmers (MAO-B-REMMERS) kunnen ervoor zorgen dat de dopamine in de hersenen minder snel wordt afgebroken. De werking van levodopa wordt hierdoor versterkt waardoor de Parkinsonklachten weer minder erg worden. Het heeft echter een beperkte werking en relatief veel bijwerkingen zoals slapeloosheid, wanen en lage bloeddruk.

Rasagiline wordt nog niet vergoed via de basisverzekering omdat het College voor zorgverzekeringen (CVZ) niet wetenschappelijk bewezen acht dat het duurdere rasagiline in tegenstelling tot selegiline remmend werkt als het in een vroeg stadium van de ziekte wordt ingenomen. Desalniettemin zijn er veel patiënten die het gebruik van dit medicijn als zeer positief ervaren. Daarom is er een aantal zorgverzekeraars die dit middel in de aanvullende zorgverzekering vergoeden, voor meer informatie www.zoekparkinsonzorgverzekering.nl.

Terug naar boven

Amantadine

Dit medicijn werkt vooral indirect via een remmend effect op een andere receptor in de hersenen, die ook bij het bewegen een rol speelt: de glutamaat-receptor. Ook heeft het medicijn effect op de dopamine-receptor. Het versterkt de dopamine werking iets: de aanwezige dopamine wordt beter gebruikt. Het effect op de bewegingstraagheid en de spierstijfheid is het grootst. Bovendien onderdrukt een hoge dosis van amantadine de overbeweeglijkheid als bijwerking van levodopa. Ook kan amantadine een positief effectief hebben op vermoeidheidsklachten.

De volgende bijwerkingen kunnen optreden: misselijkheid, droge mond, duizeligheid bij het opstaan, wazig zien, trage stoelgang, soms nervositeit, veel oedeem en afwijkingen aan de huid van de benen. Relatief vaak treden wanen en hallucinaties op. Daarom wordt amantadine meestal niet voorgeschreven aan oudere mensen en mensen met een cognitieve stoornis. Als de medicijnen ’s avonds worden ingenomen, kan slapeloosheid optreden.

 Terug naar boven

Anticholinergica

Naast dopamine zijn er nog andere stoffen die in de hersenen een rol spelen bij het soepel laten verlopen van de bewegingen. Een daarvan heet acetylcholine. Dopamine en acetylcholine moeten met elkaar in evenwicht zijn. Als er een tekort aan dopamine is, kan dus een positief effect gecreëerd worden door de activiteit van acetylcholine af te remmen. Dit doen anticholinergica.

Anticholinergica hebben soms een goed effect op het beven. Ze hebben niet zo veel invloed op bewegingstraagheid, evenwicht en houding. Ook helpen ze bij overmatige speekselproductie en transpiratie.  Deze medicijnen zijn minder effectief en hebben meer bijwerkingen, zoals verslechtering van geheugenklachten, wazig zien, plasproblemen, droge mond en potentiestoornissen. Bij hoge doseringen kan sprake zijn van hartkloppingen en verhoogde druk in de oogbol. Daarom worden deze middelen slechts beperkt gebruikt.

 Terug naar boven

Medicijnen die ook bij andere ziekten worden gebruikt

Middelen tegen depressie
Mensen met Parkinson kunnen een depressie krijgen. Antidepressiva kunnen dan nuttig zijn. Grote voorzichtigheid is geboden bij de combinatie van rasagiline of selegiline en een zogenaamde SSRI, zoals fluoxetine, fluvozamine, excitalopram, paroxetine en sertraline of met de TCA’s clomipramine en imipramine of uit de categorie overige, duloxetine of venlafaxine. In combinatie met MAO-B-remmers is het gebruik van een antidepressivum gevaarlijk en dus af te raden.

Bètablokkers
Deze middelen tegen hoge bloeddruk kunnen met name het beven doen verminderen. Dit lukt met name met bij de handen, wat minder bij het hoofd en de stem. De beste werking heeft propranolol.

Bijwerkingen kunnen zijn: lage bloeddruk (vooral bij snel opstaan), trage pols, vermoeidheid en koude vingers en tenen.

Antipsychotica
Mensen met Parkinson kunnen een psychose krijgen met hallucinaties en waanideeën. Zij krijgen dit als gevolg van de ziekte zelf, van de medicijnen of van een andere lichamelijke klacht zoals blaasontsteking. Het enige antipsychoticum dat bewezen effectief is bij een psychose bij mensen met Parkinson is clozapine. Heel soms wordt quetiapine (Seroquel) voorgeschreven. Bijwerkingen kunnen zijn: sufheid, slaperigheid en een verminderd reactie- of concentratievermogen, obstipatie, gewichtstoename, duizeligheid, speekselvloed en hartkloppingen, erectieproblemen, libidoverlies, orgasmeproblemen.

Middelen tegen dementie
Patiënten met de ziekte van Parkinson die een dementie ontwikkelen komen in aanmerking voor behandeling met de choline-esterase-remmer rivastigmine.

Rivastigmine wordt meestal verstrekt onder de merknaam Exelon of Rivastigmine Sandoz. Mocht u gevoelig zijn voor blaasontstekingen meldt dit dan de apotheker. Hij zal u dan geen Rivastigmine Sandoz voorschrijven. Wijs de apotheker desnoods op de genoemde bijwerking in de bijsluiter.

De EXPRESS-studie heeft laten zien dat geheugenprestaties bij 41% van de patiënten verbeteren na behandeling met rivastigmine (Emre, NEJM 2004,Parkinson richtlijn). Rivastigmine geeft gemiddeld een uitstel van de achteruitgang van de cognitieve stoornissen van 1,5 jaar (Parkinsonrichtlijn). De positieve effecten worden vooral bemerkt op het gebied van aandacht en planning. De uitwerking op gedrag inclusief visuele hallucinaties is nog groter. Bovendien blijken patiënten met Parkinsondementie die daarnaast ook visuele hallucinaties hebben, sneller en beter te reageren dan patiënten zonder dergelijke verschijnselen (Burn, Mov Disorders 2006). De belangrijkste bijwerkingen bij gebruik van rivastigmine zijn misselijkheid, braken, verminderde eetlust en in mindere mate (tijdelijke) toename van tremor. Uit onderzoek bij patiënten met de ziekte van Alzheimer blijkt een rivastigmine-pleister minder bijwerkingen te geven dan de rivastigmine-capsules.   

Visuele hallucinaties zijn een veel voorkomend niet-motorisch symptoom bij de ziekte van Parkinson. Het is voor behandelaars belangrijk actief navraag te doen naar het voorkomen van deze verschijnselen en voor patiënten belangrijk het te benoemen tijdens de controles bij de huisarts of neuroloog. Het uitsluiten van een delier en het eventueel aanpassen van de Parkinsonmedicatie zijn veelal de eerste maatregelen. Wanneer het inzicht verloren gaat kunnen hallucinaties bedreigend zijn (Parkinson geassocieerde psychose) en is de 1ste keuze behandeling een lage dosis clozapine (Parkinson Study Group, NEJM 1999). Een bijkomend voordeel is dat de nachtrust veelal direct wordt hersteld. Naast sufheid en lage bloeddruk is leucopenie (verlaging van het aantal witte bloedcellen) een gevreesde bijwerking van clozapine, die weliswaar weinig voorkomt (0,4%), maar vereist dat het bloed frequent wordt gecontroleerd (eerste 4 maanden 1x/week, later 1x/maand). Het zijn deze praktische bezwaren en het genoemde gunstige effect op visuele hallucinaties bij patiënten met een Parkinsondementie in de EXPRESS-studie dat rivastigmine in de Nederlandse praktijk ook voorgeschreven wordt als behandeling van visuele hallucinaties. 

Niet bedreigende  visuele hallucinaties, waarbij het inzicht is behouden, worden in de praktijk meestal niet behandeld. Er zijn echter aanwijzingen dat het vroegtijdig behandelen van visuele hallucinaties het ontwikkelen van een Parkinson geassocieerde psychose kan uitstellen. Momenteel loopt om die reden de CHEVAL-studie, een landelijk onderzoek dat onderzoekt of bij Parkinsonpatiënten met visuele hallucinaties, het vroegtijdig starten van rivastigmine een psychose kan uitstellen (zie voor informatie en aanmelding www.chevalstudie.nl).

Terug naar boven

Medicijnen die een parkinson patient niet mag gebruiken

Bepaalde medicijnen gaan niet goed samen met Parkinson-medicijnen. Bij de volgende medicijnen moet vooraf overleg met de arts of apotheker plaatsvinden

Bij alle parkinsonmiddelen: methyldopa, haldol, solifenacine, alizapride, droperidol, metoclopramide, flunarizine en cinnarizine

Alleen in combinatie met rasagiline en selegiline: alle medicijnen tegen depressie, pethidine, tramadol, dextromethorfan en efedrine.

Terug naar boven


Op het gebruik van deze website zijn de gebruiksvoorwaarden van toepassing.
Door het gebruik van de website of het forum gaat u akkoord met de toepasselijkheid van deze voorwaarden. 
Privacy- en cookiepolicy | Opzeggen lidmaatschap