Meer onderzoek nodig naar verband ziekte van Parkinson en pesticiden

Meer onderzoek nodig naar verband ziekte van Parkinson en pesticiden

De risico’s op de ziekte van Parkinson, als gevolg van de blootstelling aan pesticiden, zijn nog onvoldoende in kaart zijn gebracht. Dat erkennen zowel de Europese Autoriteit Voedselveiligheid (EFSA) als het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in ZEMBLA. Meer en beter onderzoek naar de risico’s op Parkinson moet plaatsvinden nog voordat bestrijdingsmiddelen op de markt worden toegelaten, of worden herbeoordeeld, vindt ook de Nederlandse Vereniging voor Neurologie. Uit onderzoek van ZEMBLA blijkt dat ook  pesticiden die vandaag de dag gebruikt worden in de Nederlandse landbouw Parkinson kunnen veroorzaken. 

Uit de uitzending van ZEMBLA blijkt dat de ziekte van Parkinson door de wetenschap al jarenlang in verband wordt gebracht met de blootstelling aan bestrijdingsmiddelen die in de land- en tuinbouw worden gebruikt.

In ZEMBLA zegt hoogleraar Epidemiologie Roel Vermeulen: “Als we kijken naar het gemiddelde risico (van de literatuurstudie, red.) dan zien we dat er een verhoging is van 60 procent op het krijgen van Parkinson bij het beroepsmatig toepassen van pesticiden. Momenteel zijn er ruim 50.000 mensen met parkinson in Nederland. Dat aantal neemt toe.

LTO verbijsterd 

Niels Zuurbier, bestuurder van de land- en tuinbouworganisatie LTO, reageert geschrokken als ZEMBLA hem de wetenschappelijke conclusies over de relatie tussen bestrijdingsmiddelen en de ziekte van Parkinson voorlegt. “Ik ben verbijsterd,” zegt hij. “Als het waar is dat er een relatie is tussen het gebruik van gewasbescherming en parkinson, dan moeten we (LTO, red.) dat gewoon uitzoeken,” aldus Zuurbier.

Een aantal oude, verboden middelen zijn door de wetenschap in verband gebracht met parkinson. Voorbeelden daarvan zijn de onkruidbestrijder Paraquat, de schimmelbestrijder Maneb en de insecticide Rotenon.

Huidig middel verdacht

Uit het onderzoek van ZEMBLA blijkt dat ook huidige middelen verdacht zijn. Zo is het middel Mancozeb, een schimmelbestrijder, qua chemische samenstelling voor de helft identiek aan het beruchte middel Maneb. Maneb is sinds 2017 in Nederland verboden.

Hoogleraar Toxicologie Martin van den Berg van de Universiteit van Utrecht: “Een deel van Mancozeb, de helft, is Maneb. Van Maneb is bekend dat het een verhoogd risico geeft op Parkinson. Daarmee valt Mancozeb in dezelfde, verdachte groep.” Hij voegt eraan toe dat uit toxicologische experimenten blijkt, dat Mancozeb vergelijkbare zenuwschade veroorzaakt als Maneb, waardoor Parkinson kan ontstaan. Hoewel in wetenschappelijke studies steeds meer aanwijzingen worden gevonden dat Mancozeb de ziekte van Parkinson kan veroorzaken, is deze schimmelbestrijder gewoon toegelaten. De toelating loopt tot november 2021 en zal dan opnieuw beoordeeld worden.

Mancozeb is in Nederland de meest verkochte schimmelverdelger. Uit de door Greenpeace Nederland bij de overheid opgevraagde verkoopcijfers blijkt dat in 2017 maar liefst 2,5 miljoen kilo van het middel is verkocht. Dat is veel meer dan de gebruikcijfers van het CBS, op basis van een enquête onder telers. Volgens die cijfers is er in Nederland 1,4 miljoen kilo van het middel toegepast (in 2016).

"Meer en beter onderzoek noodzakelijk"

Ondanks de wetenschappelijke conclusie dat ook huidige middelen een mogelijk oorzakelijk verband hebben met het ontstaan van de ziekte van Parkinson hoeven fabrikanten van pesticiden geen testen te doen om de risico’s op Parkinson in kaart te brengen. “Ik vind dat niet verantwoord,” zegt toxicoloog Martin van den Berg. Volgens hem moet de Europese Unie besluiten het middel Mancozeb van de markt te halen.

Ook Teus van Laar, hoogleraar Neurologie aan de Universiteit van Groningen, vindt dat huidige en nieuwe bestrijdingsmiddelen moeten worden getest op het risico van Parkinson. “Als je een risicoverhoging hebt van 50 tot 60 procent dan vind ik dat wel de moeite waard, want het gaat om de gezondheid van veel mensen,” aldus Van Laar.

Van Laar krijgt bijval van zijn wetenschappelijke vereniging, de Nederlandse Vereniging voor Neurologie. Ook die onderkent de noodzaak voor meer onderzoek naar de risico’s op Parkinson voordat bestrijdingsmiddelen op de markt worden toegelaten, zo laat de vereniging ZEMBLA weten. 

In antwoord op vragen van ZEMBLA erkennen zowel de Europese Autoriteit Voedselveiligheid (EFSA) als het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat er nog te weinig bekend is over de risico’s op Parkinson als gevolg van de blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. “Met betere testen zouden de risico’s beter in kaart kunnen worden gebracht,” schrijft het RIVM.

De EFSA vindt dat zowel bij de aanvraag voor toelating van nieuwe bestrijdingsmiddelen als bij de herbeoordeling van bestaande middelen meer en beter onderzoek moet worden gedaan naar de risico’s op Parkinson. “Dan zal de EFSA beter in staat zijn om chemicaliën te ontdekken die Parkinson veroorzaken of daaraan bijdragen,” aldus de EFSA in een schriftelijke reactie.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, dat verantwoordelijk is voor het veilig gebruik door de toepassers van bestrijdingsmiddelen, zegt in een reactie “deze inzet op verdere kennisontwikkeling” te steunen “en zal dat ook in Europees verband blijven benadrukken.”

In een reactie op het pleidooi van EFSA en RIVM stelt Nefyto, de brancheorganisatie van de agrochemische industrie, dat de relatie tussen bestrijdingsmiddelen en “het risico op het al dan niet ontwikkelen van de ziekte van Parkinson” complex is. De wetenschappelijke kennis op dit gebied is “wordt ook binnen de industrie verder ontwikkeld”, aldus Nefyto.

(Bron: Zembla)

Bekijk hier de uitzending 'Parkinson op het platteland' van Zembla

Lees de Kamervragen die de PvdA stelde n.a.v. de uitzending van Zembla

Lees hier de antwoorden op de vragen van Zembla aan het Ctgb

Labels:

Terug naar boven